Sportbedrijf

Sportbedrijf

waarop kunnen gemeentelijke sportbedrijven samenwerken om meer maatschappelijke waarde te halen uit publiek gefinancierde sportaccommodaties?

Leestijd: 2 minuten

Een landelijke groep van verzelfstandigde gemeentelijke sport- en accommodatie bedrijven hebben een eigen CAO ontwikkeld waarin arbeidsvoorwaardenregelingen zijn toegespitst op de cultuur van werken in overheidsbedrijven met een uitvoerend en dienstverlenend karakter. De betrokken werkgevers willen de verdere ontwikkeling van deze CAO baseren op een gemeenschappelijke visie met betrekking tot de kwaliteit van het werkgeverschap in een publieke organisatie. 

CAO VERMO is er voor verzelfstandigde maatschappelijke organisaties

Steeds meer overheidsorganisaties concentreren zich op regelgeving en regie. Uitvoering wordt opgedragen aan gespecialiseerde en zelfstandig functionerende organisaties die in bedrijfsvoering en werkprocessen anders te werk gaan dan ambtelijke organisaties. Uitvoeringstaken opdragen aan marktpartijen is niet altijd mogelijk of wenselijk. Vanuit een eigen rechtspersoonlijkheid kunnen publieke uitvoeringsorganisaties zelf bedrijfsvoeringprocessen inrichten en daarbij passende arbeidsvoorwaarden hanteren. De inhoud van functies, arbeidsduur, inzet, personeelsbeheer en carrièreperspectieven verschillen wezenlijk van die van ambtenaren. Vandaar dat verzelfstandigde maatschappelijke organisaties samen overleggen met vakbonden over een eigen CAO.

Het werken in een publieke omgeving vergt een andere aansturing en werkklimaat dan het werken bij een private werkgever waar arbeidsproductiviteit vooral gericht is op het verhogen van de winst. De overheidsopdrachtgever verwacht van een maatschappelijke organisatie een optimaal maatschappelijk resultaat op alle uitvoerende niveaus, binnen de kaders van het gegeven budget en gegunde positie. Door de uitvoering in te bedden in een publieke omgeving (diensten van algemeen economisch belang) wordt gewaarborgd dat de gegunde positie alleen wordt gebruikt voor de statutaire doelstelling van de maatschappelijke organisatie en geen middelen verloren gaan aan winstmarges. De bedrijfsvoering processen lijken meer op die van marktorganisaties dan ambtelijke organisaties.

Welke meerwaarde heeft CAO VERMO voor aangesloten werkgevers?

Een bedrijfsspecifieke CAO ondersteunt de gewenste zelfstandigheid om activiteiten en taken naar eigen inzicht in te richten, bedrijfsprocessen aan te passen aan veranderende behoeften van doelgroepen en voortschrijdend inzicht uit kwaliteitscirkels. Het aanbrengen van veranderingen werkt vaak door in aanpassing van werkregels, formatie en competenties. CAO VERMO is in de eerste plaats een praktisch instrument om de samenwerking op arbeidsvoorwaarden binnen de publieke bedrijfstak naar een hoger niveau te tillen. Gezamenlijk voordelen te creëren voor gemeentelijke opdrachtgevers zodat de roep voor volledige privatisering van taken minder op de voorgrond treedt.  Tegelijkertijd vormt het CAO-overleg een verband waarin werkgevers ervaringen kunnen uitwisselen.  Vermo kan zich daarmee ontwikkelen tot een kennisplatform waarbinnen ook gesproken wordt over innovaties in dienstverlening en doelmatige vormen van samenwerking met gemeenten als eigenaar.

VERMO-bedrijf: onderscheidend in uitvoering van gemeentelijke taken

Vermo-bedrijven bieden gemeenten de mogelijkheid om maatschappelijke functies uit te voeren binnen bepaalde budgettaire en beleidsmatige kaders zonder dat gemeenten zelf in detail behoeven te sturen op programmakeuzes en dienstverleningsvoorwaarden. Die kunnen de Vermo-bedrijven zelf afstemmen op basis van behoeften en wensen van doelgroepen en doelmatigheid in bedrijfsvoering. Daarmee worden gemeenten in belangrijke mate ontzorgd. Binnen de branche kan het prijs/kwaliteitsniveau van de dienstverlening middels benchmarks worden gemonitord zodat de aansluiting op een marktconform prijsniveau aan gemeenten zichtbaar kan worden gemaakt en de druk vanuit bepaalde hoeken om te privatiseren worden verminderd. Ook kunnen de kosten en inspanningen van aanbesteding en uitvoeringstoezicht in belangrijke mate worden vermeden.