Recreatiegebied

Recreatiegebied

welk sturingsmodel past bij samenbundeling van publieke en private belangen?

Leestijd: 2 minuten

Voorbeeld: coöperatie de Weerribben

Het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) als subsidiegever en Staatsbosbeheer willen de natuurwaarden van het laagveenmoeras in De Weerribben in stand houden. Hiervoor is een specifiek en cyclisch beheer noodzakelijk waarbij extra aandacht nodig is voor trilvenen, veenmosrietlanden en het maaibeleid in verband met de effecten op specifieke diersoorten (o.a. grote vuurvlinder en bepaalde moerasvogels). Dit betekent dat jonge verlandingsstadia, trilvenen en veenmosrietlanden pachtvrij gemaakt moeten worden en met speciale maatregelen beheerd zullen moeten worden om deze stadia zo lang mogelijk in stand te houden. Trilvenen komen en gaan waardoor het noodzakelijk is om regelmatig verdroogde en verouderde rietlanden weer tot open water om te vormen en daarmee de ontwikkeling van nieuwe trilvenen te bevorderen.

Een effectief beheer van deze ‘zorggebieden’ is pas goed mogelijk wanneer de regie over het beheer van deze gebieden niet meer bij individuele pachters ligt maar bij een collectief orgaan dat met Staatsbosbeheer afspraken maakt over de wijze en intensiteit van het beheer met optimale gebruikmaking van de hiervoor beschikbare subsidies en te verwerven fondsen. Hierbij wordt een taakverdeling afgesproken waarbij Staatsbosbeheer bepaalt welke beheerswerkzaamheden op welk tijdstip nodig zijn (beheersprogramma + budget) en de coöperatie bepaalt wie de beheerswerkzaamheden uitvoert en tegen welke prijs (een mogelijk efficiencyvoordeel voor de coöperatie). 

weerribben-overzicht

Een effectief beheer van deze ‘zorggebieden’ is pas goed mogelijk wanneer de regie over het beheer van deze gebieden niet meer bij individuele pachters ligt maar bij een collectief orgaan dat met Staatsbosbeheer afspraken maakt over de wijze en intensiteit van het beheer met optimale gebruikmaking van de hiervoor beschikbare subsidies en te verwerven fondsen.

Hierbij wordt een taakverdeling afgesproken waarbij Staatsbosbeheer bepaalt welke beheerswerkzaamheden op welk tijdstip nodig zijn (beheersprogramma + budget) en de coöperatie bepaalt wie de beheerswerkzaamheden uitvoert en tegen welke prijs (een mogelijk efficiencyvoordeel voor de coöperatie). 

De coöperatie heeft voor het realiseren van deze doelstellingen het volgende nodig:

  • Inbreng van alle subsidierechten van elke deelnemende beheerder van rietland in De Weerribben (het pacht- of eigendomsrecht blijft in het bezit van de beheerder zelf);
  • Bereidheid van deelnemende beheerders om het beheer van rietland uit te voeren overeenkomstig de daarvoor door de coöperatie vast te stellen richtlijnen (voortvloeiend uit de voorwaarden van subsidiegevers en externe contracten);
  • Inbreng van het beheer van pachtvrij rietland van Staatsbosbeheer en de daarvoor beschikbare ha-vergoedingen (op basis van een contract tussen coöperatie en Staatsbosbeheer waarin de coöperatie zich verplicht om de natuurwaarden-doelstellingen in De Weerribben te realiseren);
  • Inbreng van taken en middelen van het NP de Weerribben (toezicht en uitvoering).