Jeugdzorg

Jeugdzorg

Voorbeeld van een gemeentelijke visie op sturing in beleidsvorming en kostenbeheersing

Leestijd: 2 minuten

Problematiek

Zodra problemen in het opgroeien en opvoeden van een kind in een gezin worden bespeurd is het aan professionals om tijdig passende hulp te organiseren. Zorgprofessionals zullen in samenwerking met andere professionals in de zorgketen de hulp moeten op- of afschalen wanneer nodig. Nu is de gemeente vanuit haar opdracht- en financiersrol nog te veel aan het coördineren in het gewenste samenspel tussen zorgprofessionals. Daardoor ontstaan situaties waardoor onduidelijkheden en gaten ontstaan in verantwoordelijkheden met als gevolg dat niet tijdig de juiste hulp wordt geboden, problemen voor het kind verergeren en kosten voor de samenleving onnodig oplopen.

Wat moet anders?

Zorgprofessionals in zowel de basis als in de 2e lijn minder bilateraal aansturen op hun taakuitvoering en gewenste onderlinge samenspel. Meer sturen op de kwaliteit van professionele samenwerking in het gewenste proces van hulp aan ouder en kind. Meer handelingsruimte voor de professional vanuit duidelijke door de gemeente geformuleerde kaders en doelen. Met een primaire verantwoording aan ouder en kind voor de kwaliteit van de geleverde hulp en ondersteuning. Waarbij ook de inspanningen van ouder en kind medebepalend zijn voor het te bereiken resultaat.

Uitgangspunten voor gemeentelijke sturing

Ouders en onderwijsinstellingen dragen zorg voor het veilig en gezond opgroeien van kinderen, gericht op het ontwikkelen van hun talenten. De overheid zorgt voor passende onderwijsvoorzieningen. De gemeente zorgt voor ondersteuning (informatiesteunpunten, gezinscoach) waar ouders en kinderen terecht kunnen voor vragen en hulp. Als een kind specialistische hulp nodig heeft dan kan een huisarts of de gezinscoach daar een verwijzing voor afgeven. 

De grootste opgave voor ouders is om te zorgen dat kinderen een perspectief wordt geboden op een veilig en gezond leven met kansen om zich te ontwikkelen. En dat kinderen weerbaar worden voor slechte invloeden zoals verslaving en criminaliteit. Opgroeien tot volwassenen met een gevoel voor verantwoordelijkheden. En in staat zijn om de gevolgen te overzien van hun handelingen.
De gemeente heeft in haar beleidsvorming te maken met verschillende groepen ouders:

  1. Ouders die hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen
  2. Ouders die hun verantwoordelijkheid wel kunnen maar niet willen nemen
  3. Ouders die hun verantwoordelijkheid wel willen maar niet kunnen nemen
  4. Ouders die hun verantwoordelijkheid niet willen en ook niet kunnen nemen

Het huidig gemeentelijk beleid van jeugdhulpondersteuning is vooral ontworpen voor ouders in categorie a. De relatie met ouders in categorie d loopt voornamelijk langs de (professionele) samenwerking met voogdijinstellingen.  De grootste uitdagingen voor de gemeente liggen daarom bij ouders in de categorieën b en c. De ouders in categorie b schuiven de verantwoordelijkheid voor het oplossen van problemen vooral naar het kind zelf en de gemeenschap. De ouders in categorie c wachten te lang met het vragen van hulp aan zowel kind als ouders waardoor problemen toenemen en relaties escaleren.

De gemeente verleent zelf geen professionele jeugdhulp maar voert regie op de inzet van jeugdhulp in de driehoek tussen ouders – hulpverlener – gemeente. Voor een effectieve inzet van jeugdhulp is een heldere, op voornoemde ouder categorieën onderscheiden set van beleidsinstrumenten en interventie strategieën nodig. Zowel richting ouders en kind (eigen inspanningen) als richting zorgverlener (resultaten van zorg en van samenwerking in de hulpketen).